In twee dagen kan je een heleboel zien op Vega. We hebben een selectie gemaakt van de activiteiten en bezienswaardigheden hier. Zo hebben we bijvoorbeeld het uitzicht op de berg Ravnfloget overgeslagen. De trap naar boven is 2.000 treden lang en dat vonden we een beetje veel. En ook de via ferrata hier stond niet op ons verlanglijstje. Die bewaren we voor een volgend bezoek. We hebben natuurlijk wel het werelderfgoed centrum bezocht en met de auto een rondrit gemaakt over het eiland. Het landschap en de natuur zijn weer heel anders dan vaste land wat we tot nu toe gezien hebben. Met name de vegetatie is bijzonder. Al kom je natuurlijk overal fraaie fjorden, mooie strandjes en geweldige uitzichten tegen.

 

Een fietstocht naar een uithoek van het eiland bracht ons naar een duik- en snorkelplek. Misschien vanwege het weer, maar er was niemand te bekennen en het bijbehorende gebouwtje was dicht. Op de terugweg zijn we langs een bijzondere lokatie gereden die op de kaart staat aangegeven als ‘geopark site’. Veel tijd om hier van te genieten hadden we niet want de lucht was nogal dreigend en er kon elk moment een fikse bui losbarsten. Dus maar vlug terug naar de camping gefietst.

 

Vega is van oudsher bekend om de visserij en de kweek van eiderdons, het dons dat je graag in je dekbed wilt hebben. Haventjes met vissersboten hebben we genoeg gezien, maar de kenmerkende driehoekige huisjes die als bescherming voor de eenden dienen waren nergens te bekennen.

 

Er wonen op dit moment zo’n 1.200 inwoners op Vega op de drie bewoonde eilanden van 6.500 eilandjes in de Vega archipel. Dat iedereen elkaar kent was goed te merken in de plaatselijke supermarkt, dat meer op een gezellige ontmoetingsplaats leek.